Actuele informatie

Q-fever Dossier
Q-fever of Q-koorts is een zoönose. Dit betekent dat de ziekte van dier op mens kan overgaan. Q-fever wordt veroorzaakt door de bacterie Coxiella burnetii. Open dossier

Q-fever Nieuws
Klik hier voor het actuele Q-fever nieuws van de afgelopen 30 dagen. Of kijk in de nieuwsrubriek op de home pagina.

Stand van zaken Q-koorts - 28 januari 2010
Ministers Verburg en Klink hebben op dinsdag 26 januari een brief over de aanpak van Q-koorts naar de Tweede Kamer gestuurd. In deze Kamerbrief is een aantal nieuwe maatregelen aangekondigd. In deze nieuwsbrief vindt u het belangrijkste nieuws uit deze Kamerbrief. Verder bevat deze nieuwsbrief een overzicht van nieuwsberichten, persberichten en brieven die het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) de afgelopen periode hebben gepubliceerd. Onderaan de nieuwsbrief vindt u een overzicht van alle informatiebronnen.

Kamerbrief activiteiten rond de aanpak van Q-koorts
Hygiëneprotocol voor kinderboerderijen en andere bedrijven met een publieksfunctie
In een eerdere Kamerbrief hadden de ministers al aangekondigd dat zij zouden komen met een hygiëneprotocol voor kinderboerderijen en kleinschalige houderijen. In het protocol staan hygiëneadviezen voor de kleinschalige bedrijven, zoals kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen en houders van schapen in rondtrekkende kuddes, natuurgebieden en bedrijven die lammetjesaaidagen houden. De adviezen zijn bedoeld om de risico's van overdracht van Q-koorts van schapen en geiten naar mensen te beperken. Het gaat om een vrijwillige maatregel.

Nieuwe regeling houderijen met een publieksfunctie
De ministers hadden al het advies gegeven om drachtige geiten en schapen op kinderboerderijen en andere bedrijven met een publieksfunctie gescheiden van het publiek te laten aflammeren. Dit advies wordt omgezet een verplichte maatregel. Kinderboerderijen, zorgboerderijen, dierentuinen en houders die lammetjesaaidagen organiseren zijn verplicht om alle drachtige geiten en schapen volledig afgezonderd van publiek in een afgesloten ruimte af te laten lammeren. Dit betekent dat alleen mensen die voor hun beroep in de stal moeten zijn, de stal waar de drachtige dieren staan mogen betreden. Het gaat dan bijvoorbeeld om dierenartsen of de (vaste) verzorger van de dieren. De verplichting tot het apart aflammeren geldt vanaf vier maanden dracht tot twee weken na het aflammeren.
Als een kinderboerderij niet de beschikking heeft over een aparte afgesloten ruimte om de dieren te laten aflammeren, dan moeten de dieren uiterlijk na de vierde maand van de dracht afgevoerd worden naar een locatie zonder publieksfunctie. Daar kunnen de dieren dan aflammeren. Als op deze locatie ook andere geiten en schapen staan, dan mogen de dieren na het aflammeren niet meer terugkeren naar de kinderboerderij. Ook de geboren dieren moeten dan op de locatie waar ze geboren zijn blijven. Als de dieren op de andere locatie helemaal apart hebben gestaan, dan mogen zij twee weken na het aflammeren wel teruggebracht worden naar de kinderboerderij. Kinderboerderijen hebben ook de mogelijkheid om de kinderboerderij gedurende de periode van vier maanden dracht tot twee weken na het aflammeren te sluiten voor het publiek.
Bij het vervoeren van de drachtige dieren zijn de voorschriften van de Europese Transportverordening van toepassing. Dit betekent dat drachtige geiten of schapen waarvan de dracht voor meer dan 90% is verstreken, niet meer vervoerd mogen worden.
De regels voor het verplicht aflammeren gelden voor gevaccineerde én voor niet-gevaccineerde dieren. Het organiseren van lammetjesaaidagen is overigens alleen toegestaan als alle dieren op het bedrijf twee keer zijn gevaccineerd tegen Q-koorts.


Ruimen van bokken en rammen op grote melkgeiten- en melkschapenbedrijven
Ook bokken en rammen kunnen besmet zijn met de Q-koortsbacterie. Besmette bokken en rammen kunnen vrouwelijke dieren tijdens het dekken infecteren.
Tijdens het Kamerdebat van 27 januari 2010 zijn in de Tweede Kamer twee moties ingediend waarin aan minister Verburg en minister Klink gevraagd wordt de bokken toch niet te ruimen. De Tweede Kamer zal dinsdag 2 februari over deze moties stemmen. Ministers Verburg en Klink hebben besloten dat er tot die tijd geen bokken geruimd zullen worden. De verwachting is dat er volgende week een definitief besluit over de bokken genomen zal worden.

Vleesschapenbedrijven
De laatste tijd is er onder andere in de media veel aandacht voor het feit dat de Q-koortsbacterie ook kan worden aangetroffen bij dieren op vleesschapenbedrijven. De VWA heeft op verzoek van de GGD bijvoorbeeld op een groot vleesschapenbedrijf in Nuenen onderzoek gedaan. Bij dit onderzoek zijn vaginaalswabs (uitstrijkjes) van dieren onderzocht op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie. In 19 van de 20 genomen monsters is de Q-koortsbacterie aangetroffen. Het aantreffen van de Q-koortsbacterie op vaginaalswabs van dieren zegt niets over het volksgezondheidsrisico. Een swab wordt namelijk al van één bacterie positief, ook als deze bijvoorbeeld aan de buitenkant van de vagina wordt opgepakt. Dat de Q-koortsbacterie van buiten de vagina van het dier komt, is niet uit te sluiten omdat de Q-koortsbacterie in het milieu zit. Bedrijven worden daarom ook niet besmet verklaard op basis van het onderzoek met vaginaalswabs.
 
Volgens deskundigen betekent het aantreffen van de Q-koortsbacterie op vaginaalswabs van dieren op een vleesschapenbedrijf niet dat er voor omwonenden van dat bedrijf een hoger risico is om Q-koorts te krijgen. Het grootste risico voor de volksgezondheid is namelijk het verwaaien van grote hoeveelheden Q-koortsbacterie die na een abortusgolf op een grootschalig melkgeiten- of melkschapenbedrijf in de lucht gekomen zijn. Q-koorts veroorzaakt bij vleesschapen minder vaak een abortus. Er komen bij vleesschapenbedrijven tot nu toe geen abortusgolven voor. Q-koorts zorgt bij vleesschapen minder vaak voor een abortus omdat dieren die voor het vlees gehouden worden fysiologisch verschillen van melkgevende dieren.
Besmetting door direct contact tussen bezoekers van lammetjesaaidagen en besmette vleesschapen is zeer waarschijnlijk de reden dat er mensen ziek geworden zijn. Daarom hebben de ministers besloten dat lammetjesaaidagen in 2010 alleen zijn toegestaan als alle dieren op het bedrijf tweemaal tegen Q-koorts zijn ingeënt. Totdat alle dieren op het bedrijf tweemaal zijn gevaccineerd, geldt op bedrijven die lammetjesaaidagen organiseren dus een bezoeksverbod.
Ministers Verburg en Klink willen weten wat de bevindingen van de GGD bij het vleesschapenbedrijf in Nuenen precies betekenen voor de volksgezondheid. Daarom hebben zij het RIVM gevraagd het geval van het vleesschapenbedrijf in Nuenen en enkele andere gevallen te onderzoeken. De resultaten van deze analyse worden binnen twee weken (half februari) verwacht.
 
Overige onderwerpen
De Kamerbrief 'activiteiten rond de aanpak van Q-koorts' bevat verder nog informatie over de stand van zaken van de ruimingen, over de doelstelling van de maatregelen, over bevoegdheden van burgemeesters, over nazorg voor mensen die wonen in gebieden met Q-koorts, en over vaccinatie van mensen.

Evaluatiecommissie Q-koorts
Ministers Verburg (LNV) en Klink (VWS) hebben een commissie onder leiding van prof. dr. ir. G. van Dijk gevraagd de aanpak en de bestrijding van Q-koorts te evalueren. Op 20 januari maakten de ministers de overige leden van de commissie bekend. In alfabetische volgorde zijn dat prof. dr. J. Van der Meer, internist-infectioloog in het St. Radboudziekenhuis Nijmegen (humane gezondheid); prof. dr. P. Speelman, internist-infectioloog in het AMC Amsterdam (humane gezondheid); prof. dr. J.A. Stegeman, hoogleraar gezondheidszorg landbouwhuisdieren bij de faculteit diergeneeskunde van de universiteit Utrecht (veterinaire gezondheid); dr. P. Vanthemsche, voormalig hoofd Federaal Agentschap voor de veiligheid van de voedselketen (FAVV) van België (veterinaire gezondheid); prof. dr. J. de Vries, wetenschappelijk directeur van de Campus Den Haag (bestuurskunde) en prof. dr. C.M.J. van Woerkum, hoogleraar communicatie van de Wageningen universiteit en Researchcenter.

Welzijnscommissie
De commissie Vaarkamp-Ohl controleert of de ruimingen worden uitgevoerd op een voor het dierenwelzijn verantwoorde manier. De commissie doet wekelijks verslag aan minister Verburg van LNV. Alle verslagen van de commissie Vaarkamp-Ohl zijn te vinden op de website van het ministerie van LNV.