|
Inleiding De GD vervult in de monitoring van gezondheid van schapen en geiten in Nederland een centrale rol. Het Productschap voor Vee en Vlees (PVV) en het ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I), directie Voedsel, Dier en Consument (VDC) ondersteunen deze monitoring financieel. Deze monitoring is opgezet om overheid en bedrijfsleven periodiek te voorzien van informatie over diergezondheid, -welzijn en voedselveiligheid. Zij hebben dat nodig om tijdig te kunnen ingrijpen bij eventuele problemen en, waar nodig, het beleid bij te stellen. De GD verzamelt alle relevante informatie, interpreteert deze en rapporteert hierover per halfjaar of, indien de aard van de bevinding hierom vraagt, direct. Zo nodig adviseert de GD over eventuele vervolgactie. Rapportage vindt plaats naar de Begeleidingscommissie Monitoring Dierziekten Kleine Herkauwers waarin overheid en bedrijfsleven zijn vertegenwoordigd. De monitoringsinformatie wordt gedeeltelijk actief verworven door GD, bijvoorbeeld in het kader van de bewaking van scrapie, brucellose veroorzaakt door Brucella melitensis, zwoegerziekte, CL (caseous lymphadenitis) en CAE (caprine arthritis en encephalitis). In andere monitoringsonderdelen komen specialisten van GD in actie nadat veehouders en/of hun dierenartsen de GD hebben benaderd met een probleem. Daarnaast levert het onderzoek van gestorven dieren een bijdrage. De indeling van deze rapportage is analoog aan de doelstellingen van de monitoring en is als volgt geformuleerd: 1. het opsporen van uitbraken van bekende aandoeningen die niet endemisch in Nederland voorkomen; 2. het opsporen van nog onbekende aandoeningen; 3. zicht houden op trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor diergezondheid in Nederland. Bij de bevindingen wordt steeds aangegeven hoe de bevindingen worden geïnterpreteerd en op welke wijze wordt omgegaan met opvallende bevindingen. Opzet De monitor voor diergezondheid in de sector Kleine Herkauwers bestaat uit een aantal elkaar aanvullende middelen waarmee informatie wordt verzameld over de gezondheidssituatie van de kleine herkauwers. De middelen zijn deels reactief (initiatief ligt bij de veehouders/dierenartsen) en deels proactief (initiatief ligt bij de GD). Door informatie uit de diverse middelen integraal te interpreteren wordt de kans op het bereiken van de doelstelling van monitoring, namelijk het snel signaleren van specifieke problemen enerzijds en het volgen van meer algemene trends en ontwikkelingen anderzijds, geoptimaliseerd. Indien een signaal onvoldoende sterk is, maar wel relevant lijkt, wordt door onderzoek op beperkte schaal actief en gericht meer informatie verzameld. Bevindingen worden elk halfjaar gerapporteerd. Indien bevindingen urgent worden geacht (risico’s voor voedselveiligheid, volksgezondheid of ernstige dierziekte uitbraken), wordt tussendoor gerapporteerd aan de Begeleidingscommissie Monitoring Dierziekten Kleine Herkauwers. GD-Veekijker Dit betreft een reactief onderdeel: het initiatief voor het contact met de GD ligt bij veehouder en dierenarts. Informatie komt bij de GD binnen via telefonisch/elektronisch contact of via bedrijfsbezoeken die daar uit voortvloeien. De GD-Veekijker is zeer geschikt voor het opsporen van nieuwe aandoeningen en niet-endemisch in Nederland voorkomende aandoeningen. Dierenartsen en - in tweede instantie - veehouders worden met enige regelmaat gewezen op de mogelijkheid om de GD-Veekijker in te schakelen. Bovendien worden bevindingen regelmatig teruggekoppeld naar dierenartsen en veehouders. De GD-Veekijker wordt bezet door vijf specialisten gezondheidszorg kleine herkauwers met brede kennis en ervaring. Informatie die bij de GD-Veekijker binnenkomt, wordt in combinatie met informatie uit andere monitoringsmiddelen geïnterpreteerd in maandelijks overleg, waarbij ook disciplines als pathologie en epidemiologie aanschuiven. Indien een signaal dat uit de informatie wordt opgevangen, getoetst of uitgewerkt dient te worden, wordt kleinschalig onderzoek opgezet. Abortus bij kleine herkauwers staat vanwege het potentiele zoönotische karakter van de mogelijke infectieuze verwekkers in de belangstelling. Daarom wordt ook gekeken naar het verbeteren van de monitoring voor wat betreft abortus bij kleine herkauwers. Afdeling Pathologie en laboratorium Dit betreft eveneens een reactief onderdeel. De informatie komt binnen via ingezonden sectiemateriaal, meest kadavers, en nader onderzoek daarop. Secties zijn zeer geschikt voor het opsporen van nieuwe aandoeningen en niet-endemisch in Nederland voorkomende aandoeningen. Behalve informatie over de doodsoorzaak, wordt informatie over antibiotica resistentie van ziekteverwekkers verkregen Bewakingsprogramma’s specifieke ziekten Voor Brucella melitensis wordt door de EU onderzoek voorgeschreven op een deel van de Nederlandse bedrijven met kleine herkauwers. De GD voert dit onderzoek uit. Het gaat hier om het uitsluiten van de aanwezigheid van de betreffende ziekte of het vroegtijdig signaleren van uitbraken. Waarschuwingssysteem leverbot Dit betreft een proactief monitoringsinstrument. Op verschillende manieren wordt relevante informatie verzameld en daarna verwerkt om richting bedrijven een prognose af te kunnen geven van de te verwachten leverbotinfecties bij rundvee en schapen. Dit middel is goed bruikbaar om trends en ontwikkelingen te schetsen. Uitgave: GD Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt zonder toestemming van de auteurs of de leden van de Begeleidingscommissie Monitoring Dierziekten Kleine Herkauwers. |