Besmettingsrisico's

De infectie wordt in de regel op een bedrijf geïntroduceerd door de aanvoer van besmette dieren. Hoe een abortusuitbraak op een bedrijf direct na introductie verloopt, hangt af van het tijdstip waarop de infectie wordt geïntroduceerd. Als dat in een zodanig vroeg stadium van de dracht plaatsvindt dat het eerste aborterende dier de drachtige koppelgenoten nog kan besmetten met abortus als gevolg, dan kan er sprake zijn van een abortusstorm waarbij meer dan 50 procent van de dieren aborteert. Als het eerste geval van een chlamydophilose laat in het aflamseizoen optreedt, dan blijft het aantal abortusgevallen in het jaar van introductie in de regel beperkt. Verkeert een aantal schapen of geiten in het gevoelige stadium van de dracht, dan kunnen deze hetzelfde jaar nog aborteren. Is dat niet het geval, dan kunnen de geïnfecteerde dieren het jaar daarop in grote aantallen aborteren. In de jaren daarna aborteert in de regel een deel van de dieren die voor de eerste keer drachtig zijn.

Preventie
Preventie begint met het vermijden van contact met koppels waar problemen met Chlamydophilia abortus spelen. Bij aankoop weet de koper vaak niet dat de ziekte op het verkopende bedrijf aanwezig is. Een jaar na aankoop is vaak moeilijk te bewijzen dat de problemen met aankoop zijn binnengehaald.

Volksgezondheid
Aanwezigheid van Chlamydophila abortus op een bedrijf is een risico voor zwangere vrouwen. Zij dienen direct en indirect contact met verwerpende dieren te vermijden. Infectie van een zwangere vrouw kan namelijk leiden tot verlies van de vrucht en ernstig ziek zijn en in enkele gevallen zelfs tot het overlijden van de vrouw. Mensen die assistentie verlenen bij de geboorte van een lam op een bedrijf met abortusproblemen doen er goed aan om nadien de handen goed te wassen en te ontsmetten.