Verschijnselen

De verschijnselen van scrapie treden in de regel op vanaf een leeftijd van anderhalf jaar. Er zijn klinische gevallen bekend van tien maanden oud en soms nog jonger, maar dat zijn uitzonderingen. Meestal zijn de dieren ouder dan twee jaar en vertonen de volgende verschijnselen:

  • afwijkend gedrag; 
  • jeuk, schuren;
  • neurologische verschijnselen:
  • trillingen aan de kop;
  • schrikgedrag;
  • vermagering.

Afwijkend gedrag
De eerste verschijnselen van scrapie bestaan vaak uit een verandering in gedrag. Soms kunnen de dieren tijdenlang staan te ‘dromen’ met de kop een beetje naar beneden. Op een ander moment vertoont het dier geen verschijnselen. In een koppel schapen waar scrapie voorkomt, kan een eigenaar soms in een zeer vroeg stadium een ziek dier onderkennen, omdat het geen koppelgedrag meer vertoont. Als bijvoorbeeld de rest van de dieren weidt, ligt het scrapieschaap of loopt het dier alleen in de andere hoek van de wei.

Jeuk
In eerste instantie komen soms alleen verschijnselen van jeuk (to scrape = jeuken, schuren) voor. Aangedane dieren schuren zich aan van alles. Hierdoor kunnen veranderingen aan wol of huid ontstaan. Vaak wordt ook geschuurd aan niet-bewolde lichaamsdelen. Bij het betasten van de lendenstreek gaan de dieren vaak smakken. Naar schatting vertoont ongeveer zestig procent van de schapen met scrapie jeuk.

Neurologische verschijnselen
Schapen die lijden aan scrapie kunnen, naast andere neurologische verschijnselen, onrustig en schrikachtig zijn. Soms trillen ze over het hele lichaam. De Franse naam voor scrapie is dan ook ‘la tremblante’ (= trillen, beven). Vaak is het trillen alleen aan de kop goed te zien. Ook de bewegingen van het dier zijn veranderd. Zeker als het dier zich wat sneller verplaatst, doen de bewegingen denken aan die van een draver. De Duitsers spreken daarom van ‘Traberkrankheit’.

Vermagering
Naast bovengenoemde verschijnselen vermageren de dieren uiteindelijk en wordt de vacht dor en grauw. Een behandeling is niet mogelijk. Alle aangedane dieren gaan uiteindelijk dood. Bij sectie is het kadaver vaak mager; soms zijn huid- en vachtveranderingen aanwezig.