Bij de aanpak van scrapie is het volgende onderscheid te maken: - aanpak op besmette bedrijven;
- fokken op scrapie-ongevoeligheid bij schapen: het scrapiebestrijdingsprogramma (zie onder ‘Certificering’)
- scrapiebewaking voor geiten (zie onder ‘Reglement’).
Aanpak op besmette bedrijven
Sinds 23 juli 1998 geldt een aangifteplicht voor scrapie op grond van artikel 15 van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren. Dit betekent dat houders van kleine herkauwers en hun dierenartsen verplicht zijn om van scrapie verdachte dieren te melden bij de VWA. Sinds 1 januari 2001 is bij een verdenking het scrapiedraaiboek van de VWA van toepassing. Dit draaiboek wordt met regelmaat aangepast aan nieuwe Europese regelgeving en is ook van toepassing op scrapiegevallen die afkomstig zijn van monitoring bij slachthuizen en bij de destructor.
Na een melding bezoekt een deskundigenteam het van scrapie verdachte bedrijf en beoordeelt het dier. Wanneer scrapie niet kan worden uitgesloten, wordt het verdachte dier overgenomen en nader onderzocht bij CIDC-Lelystad. Als de diagnose scrapie bij het overgenomen dier wordt bevestigd, wordt het bedrijf officieel besmet verklaard. Het bedrijf komt dan officieel onder toezicht van de VWA. Dit toezicht blijft van kracht tot drie jaar na het laatst bevestigde geval van scrapie. Verder wordt een onder toezicht geplaatst bedrijf elke drie maanden bezocht om de dieren te inspecteren en de administratie te controleren. Daarnaast past de betreffende schapenhouder verplicht individuele identificatie en registratie toe. Ook het bijhouden van een kloppend en op individueel dierniveau gericht bedrijfsregister is verplicht. Afvoer van dieren vindt alleen na ontheffing plaats.
De eigenaar is verplicht om alle dieren van één jaar en ouder die sterven op het bedrijf, te melden bij de VWA. De VWA zorgt er vervolgens voor dat de dieren van het bedrijf worden opgehaald en worden onderzocht op scrapie. Schapenhouders die te maken krijgen met een scrapiebesmetting zijn verplicht om alleen scrapieresistente (ARR/ARR) rammen als dekram in te zetten.
Scrapiebestrijdingsprogramma
Het Nederlandse scrapiebestrijdingsprogramma, gebaseerd of fokken op ongevoeligheid voor scrapie, wordt uitgebreid besproken onder ‘Certificering’.
Op basis van Europese regelgeving hebben alle Europese lidstaten inmiddels een vergelijkbaar fokprogramma gestart. Van die andere Europese land zijn het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk het verst. Het Verenigd Koninkrijk heeft sinds 2001 een scrapiebestrijdingsprogramma op basis van selectie op erfelijke ongevoeligheid voor scrapie. Dit programma vertoont heel veel overeenkomsten met het Nederlandse programma.
Scrapiebewakingsprogramma
Het Nederlandse scrapiebewakingsprogramma wordt besproken onder ‘Reglement’. Voor geiten is het (nog) niet mogelijk om te fokken op ongevoeligheid voor scrapie. Voor de geitenhouderij bestaat daarom een ander programma: het scrapiebewakingsprogramma. De status scrapie-onverdacht wordt verleend op basis van steekproefsgewijs hersenonderzoek.