Aangifteplichtige ziekten

Brucella melitensis 
Nederland is officieel vrij van brucellose veroorzaakt door Brucella melitensis. De zoönse is in Nederland nog nooit vastgesteld. In andere Europese landen komt de bacterie nog wel geregeld voor, voornamelijk in landen rond de Middellandse Zee. Het blijkt in deze landen moeilijk om de bacterie uit te roeien. Omdat Nederland ook uit deze landen dieren importeert, is het risico aanwezig dat toch plotseling een besmetting optreedt.
Om aan te tonen dat Brucella melitensis niet in Nederland voorkomt, vindt elk jaar onderzoek plaats van een groot aantal bloedmonsters van schapen en geiten. In 2010 is dit onderzoek voor Nederland gunstig verlopen. Nederland heeft de vrije status behouden.

Bluetongue
In augustus 2006 is in ons land voor het eerst bluetongue vastgesteld. In de jaren daarna kwam bluetongue terug. Vanaf mei 2008 werd het mogelijk om tegen deze ziekte te vaccineren. In de jaren 2009 en 2010 zijn geen gevallen van bluetongue meer bevestigd. Ook de monitoring op bluetongue verliep in beide laatste jaren negatief.

Meldplicht abortus
In de laatste maanden van 2010 zijn bij de Veekijker Kleine Herkauwers veel vragen binnengekomen over abortus bij kleine herkauwers. Abortus bij kleine herkauwers is meldingsplichtig op grond van de GWWD (Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren). Dit betekent dat een toegenomen aantal abortusgevallen moet worden gemeld. Na overleg met de nVWA is ditonder de aandacht gebracht van dierenartsen en houders van schapen en geiten, als zij de Veekijker Kleine Herkauwers benaderden met vragen over abortus.

Hieronder is de tekst aangaande de meldplicht abortus weergegeven (bron: www.vwa.nl)Q-koorts: meldingsplichtOp grond van de Gezondheids- en Welzijnswet voor Dieren (GWWD) zijn veehouders, dierenartsen en andere betrokkenen verplicht om verschijnselen van een besmettelijke dierziekte te melden bij de Voedsel en Waren Autoriteit (VWA). Eén van de kenmerken van Q-koorts op een schapen- of geitenbedrijf is een afwijkend abortusaantal. Wat afwijkend is, is voor elk bedrijf verschillend. Abortussen kunnen namelijk ook een andere oorzaak hebben dan een besmetting met de Q-koortsbacterie. Het ene bedrijf heeft er meer last van dan het andere. Wanneer het aantal abortussen hoger is dan normaal kan dit komen door Q-koorts. Omdat schapen en geiten het grootste risico vormen voor de verspreiding van de Q-koortsbacterie moeten houders en dierenartsen dit melden. Houders van ander vee dan schapen en geiten zijn uitgezonderd van de meldplicht van verschijnselen van Q-koorts. Alle veehouders (dus ook hobbydierhouders, zorgboerderijen en bedrijven met minder dan 50 melkschapen of melkgeiten) zijn dus verplicht afwijkende abortusaantallen te melden. Als er een afwijkend aantal abortussen gemeld wordt bij de VWA, gaat de VWA onderzoek doen op het bedrijf. Onderdeel van dit onderzoek is een test op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie (Coxiella burnetii). Als het bedrijf meer dan 50 melkgeiten of melkschapen heeft, is het bedrijf ook verplicht iedere twee weken een tankmelkmonster te laten onderzoeken op de aanwezigheid van de Q-koortsbacterie.