|
Brucella melitensis Nederland is officieel vrij van brucellose veroorzaakt door Brucella melitensis. De ziekte is in Nederland nog nooit vastgesteld. In andere Europese landen komt de bacterie nog wel geregeld voor, voornamelijk in landen rond de Middellandse Zee. Het blijkt in deze landen moeilijk om de bacterie uit te roeien. Omdat Nederland ook uit deze landen dieren importeert, is het risico aanwezig dat toch plotseling een besmetting optreedt. Om aan te tonen dat Brucella melitensis niet in Nederland voorkomt, vindt elk jaar onderzoek plaats van een groot aantal bloedmonsters van schapen en geiten. Brucellos veroorzaakt door Brucella melitensis is een zoönose. De bacterie kan bij de mens Malta- of Middellandse Zee-koorts veroorzaken, genoemd naar het gebied waar de aandoening binnen Europa het meest voorkomt. De mens kan een infectie oplopen door direct contact met geïnfecteerde dieren, maar ook door het consumeren van geïnfecteerde melk of melkproducten. De wettelijke regelgeving voor de bewaking en bestrijding van Brucella melitensis ligt vast in Europese Richtlijnen. Het onderzoek in 2009 is gunstig verlopen. Scrapie Schapenhouders en dierenartsen zijn verplicht scrapieverdenkingen te melden bij de VWA. De afwikkeling van een verdenking vindt vervolgens plaats volgens het draaiboek scrapie. De GD is hier niet altijd direct bij betrokken, maar wordt in een later stadium wel vaak benaderd door de schapenhouder of zijn dierenarts om achtergrondinformatie en vaak om een plan van aanpak om zo snel mogelijk van scrapie af te komen. In goed overleg met VWA wordt meestal een voor alle betrokkenen acceptabele oplossing gevonden. De GD heeft wel rechtstreeks met een verdenking te maken als die voortkomt uit onderzoek van een dier dat bij de GD ter sectie is aangeboden. Confirmatie vindt in een dergelijk geval plaats bij CVI-Lelystad en bij een positieve bevinding wordt de VWA via CVI geïnformeerd. Bij een ernstige verdenking vindt in de regel vooraf telefonisch overleg plaats tussen de patholoog van de GD en de VWA. De GD heeft ook te maken met scrapie-besmette bedrijven als de schapenhouder na besmetverklaring de overstap wil maken naar volledig scrapie-resistent bedrijf. In zulke gevallen meldt de betreffende schapenhouder zich aan als deelnemer aan het programma scrapiegenotypering en vervolgens gelden voor dit bedrijf dezelfde rechten en plichten als voor alle andere deelnemers. Met de huidige kennis van zaken is fokken op scrapie-resistentie de beste manier om scrapie te bestrijden. In 2007 is de rammenverordening ingetrokken maar in 2008 heeft het PVV, in overleg met het ministerie van LNV, initiatieven genomen om het fokken op scrapie-resistentie opnieuw te stimuleren. Bluetongue In augustus 2006 is in ons land voor het eerst bluetongue vastgesteld. Deze uitbraak in het zuiden van Nederland was de eerste in Noordwest-Europa. Latere bevestigingen kwamen uit België, Duitsland, Frankrijk en Luxemburg en in alle gevallen betrof het bluetongue virus serotype 8 (BTV-8). Aan het eind van 2007 was in Europa melding gemaakt van meer dan 50.000 besmette bedrijven en in Nederland waren 6.469 bedrijven besmet verklaard. Minister Verburg van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) heeft op 7 mei 2008 de aftrap gegeven voor de vrijwillige vaccinatiecampagne tegen bluetongue. De doelstelling was dat aan het eind van 2008 tachtig procent van de bluetongue gevoelige dieren (schapen, geiten, runderen) beschermd zou zijn tegen de ziekte, hetzij door vaccinatie hetzij na doormaken van een natuurlijke infectie. Eind 2008 bleek 81,2% van de rundveehouders zijn dieren te hebben gevaccineerd. De vaccinatiegraad bij schapenhouders lag duidelijk lager. Van de schapenhouders met meer dan 24 schapen had 72,6% de dieren gevaccineerd maar bij kleinere schapenhouders lag dit percentage maar op 52,7%. Mede op basis hiervan hebben overheid en bedrijfsleven besloten om een bluetongue vaccinatie in 2009 niet te verplichten. Aan het eind van 2008 was sprake van enkele tientallen met BTV-8 besmette bedrijven. De besmette schapenbedrijven waren niet gevaccineerd maar per bedrijf waren slechts één of enkele dieren ziek en er was geen sprake van sterfte. Bij geiten is in 2008 geen melding gemaakt van besmette bedrijven. In het najaar van 2008 werden in ons land en in Duitsland enkele BTV-6 besmettingen vastgesteld die niet gepaard gingen met klinische verschijnselen. Het is niet uitgesloten dat de bron van deze infecties een vaccin is dat niet in Europa is toegelaten. Tot nu toe zijn geen aanwijzingen gevonden dat verdere verspreiding en overwintering van de infectie heeft plaatsgevonden. Op basis hiervan werden op 5 maart 2009 de tijdelijke beperkingen voor BTV-6 opgeheven. Onderstaand figuur geeft een overzicht van de bluetongue situatie in Europa aan het eind van het eerste half jaar in 2009. 
Figuur: Overzicht van de bluetongue situatie in Europa op 27-05-2009 (bron: http://ec.europa.eu/food/animal/diseases/controlmeasures/bluetongue).
|