Samenvatting

Het eerste halfjaar van 2009 stond, net als beide voorafgaande jaren, voornamelijk in het teken van Q-fever. In 2008 werd Q-fever meldingsplichtig voor melkgeiten- en melkschapenbedrijven met een abortusprobleem, kwam abortusproblemen veroorzaakt door Coxiella burnetii voor op zeven melkgeitenbedrijven en één melkschapenbedrijf, startte een vrijwillige vaccinatiecampagne in een gebied met een straal van 45 km rond Uden en waren aan het eind van het jaar 1000 humane Q-fever gevallen vastgesteld. In 2009 hebben overheid en bedrijfsleven een hygiëneprotocol verplicht gesteld voor alle melkschapen- en melkgeitenbedrijven met meer dan 50 dieren. Daarnaast worden bepaalde groepen schapen en geiten in Zuid-Nederland verplicht tegen Q-fever gevaccineerd en in de rest van Nederland op vrijwillige basis.

  • De volgende bevindingen zijn gedaan:
  • bluetongue: overheid en bedrijfsleven hebben in onderling overleg besloten om in 2009 geen verplichte bluetongue vaccinatie uit te voeren. Tot begin juli 2009 is in Nederland nog geen bluetongue aangetoond;
  • haemonchose: op meerdere bedrijven begonnen de problemen al in april met uitval bij volwassen dieren. In de loop van juni waren er enkele meldingen van haemonchose  bij lammeren;
  • Q-fever: in de eerste helft van 2009 is op vier melkgeitenbedrijven met een abortusprobleem de diagnose Q-fever gesteld. Het aantal humane Q-fever gevallen was eind juni ongeveer 1500;
  • resistentie anti-parasitaire middelen: in de eerste helft van 2009 zijn opnieuw meldingen ontvangen die wijzen op resistentie van maagdarmwormen en leverbot voor beschikbare middelen. Deze problemen lijken nog steeds toe te nemen;
  • wolschurft bij schapen in Zuidwest-Nederland: op een viertal schapenbedrijven in het zuidwesten van Nederland is melding gemaakt van ernstige schurftinfecties bij schapen en lammeren. De dieren vertoonden ernstige jeuk en wolverlies gepaard gaande met ernstige vermagering en sterfte. Op enkele van deze bedrijven komen de problemen al langere tijd voor en lijken niet goed te reageren op behandeling;
  • Sarcina bacteriën: bij een geitenlam is in het voorjaar van 2009 een infectie met Sarcina-bacteriën gediagnosticeerd. De Sarcina-bacteriën veroorzaken lebmaagtympanie en een perforatie van de lebmaagwand waardoor een buikvliesontsteking ontstaat. De aandoening is bekend bij kalveren en lammeren van schapen en geiten maar was niet eerder gevonden bij lammeren in Nederland.