Samenvatting

Het tweede halfjaar van 2009 stond, net als beide voorafgaande jaren, weer in het teken van Q-fever. In 2008 werd Q-fever meldingsplichtig voor melkgeiten- en melkschapenbedrijven met een abortusprobleem, kwam abortusproblemen veroorzaakt door Coxiella burnetii voor op zeven melkgeitenbedrijven en één melkschapenbedrijf, startte een vrijwillige vaccinatiecampagne in een gebied met een straal van 45 km rond Uden en waren aan het eind van het jaar 1000 humane Q-fever gevallen vastgesteld. In februari 2009 hebben overheid en bedrijfsleven een hygiëneprotocol verplicht gesteld voor alle melkschapen- en melkgeitenbedrijven met meer dan 50 dieren. Daarnaast zijn bepaalde groepen schapen en geiten in Zuid-Nederland verplicht tegen Q-fever gevaccineerd en in de rest van Nederland op vrijwillige basis. Naast het bestaande meldcriterium op basis van abortus is  tankmelkonderzoek gestart waarbij aanwezigheid van Coxiella burnetii met behulp van een Q-fever PCR wordt aangetoond. Op 1 oktober werd de deelname aan de verplichte tankmelkmonitoring een feit. Op 9 december 2009 namen de ministers van LNV en VWS het besluit om alle drachtige dieren op besmette bedrijven te ruimen. In de brief die beide minister op 16 december naar de Tweede Kamer der Staten-Generaal stuurden  bleek dat geen onderscheid zou worden gemaakt  tussen  besmette en niet-besmette dieren. Op 21 december 2010 startte VWA met het ruimen van de eerste drachtige dieren op besmette bedrijven.
Eind 2009 bleek dat het aantal geregistreerde humane patiënten op 2.358 uitkwam en 19,7% werdopgenomen in een ziekenhuis.