Mesthoop doodt Q-koorts
De bacterie die Q-koorts veroorzaakt, Coxiella burnetii, sterft snel af bij de compostering van mest.
Dat verwacht de Gezondheidsdienst voor Dieren (GD) op basis van temperatuurmetingen in de mesthoop.
De temperatuur loopt binnen twee dagen op tot boven de 70 graden Celsius, waarna er vrijwel zeker geen levende Q-koorstbacteriën meer zijn. Bij deze temperatuur overleeft de bacterie niet. "De bacterie sterft bij een periode van veertig minuten bij 60 graden Celsius", aldus Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren tijdens een internationaal symposium over Q-koorts.
Uit metingen blijkt dat de temperatuur van de mest in de buitenste lagen van de mesthoop hoger worden dan in de kern. "Dat heeft vermoedelijk met de beschikbaarheid van zuurstof te maken, in combinatie met de bacterie-activiteit in het composteringsproces", legt Vellema uit.
In de praktijk zal dit betekenen dat het beste resultaten gerealiseerd kan worden door de mesthoop een aantal keren om te scheppen. Door de mesthoop af te dekken met een net in plaats van met een plastic zeil kan er meer zuurstof bij, wat het proces verbetert.
Het onderzoek naar de overleving van de bacterie in mest is nog niet afgerond. Bij het Centraal Veterinair Instituut (CVI) wordt de mest onderzocht op de aanwezigheid van levende bacterie in de mest.
Vellema is niet verbaasd over de bevindingen. "Bij onderzoek naar de afvoer van de mest bleek al dat er op de plaatsen waar de geitenmest is uitgereden geen grote problemen met Q-koorts zijn."
Bron: Agrarisch Dagblad auteur: Mariska Vermaas

